• 1983
    Eerste gezamenlijke vergadering ministers van Arbeid en Sociale Zaken en van Onderwijs
  • 2001
    Commissie keurt Witboek Jeugd goed

Alle Europese landen vinden onderwijs erg belangrijk, maar de onderwijsstelsels van de landen verschillen. De Europese Unie heeft een terughoudend onderwijsbeleid: in essentie blijft onderwijs een nationale aangelegenheid.

De EU wil vooral de samenwerking tussen lidstaten bevorderen en de lidstaten aanvullen. De lidstaten wisselen kennis en ervaringen uit op het gebied van onderwijs.

De EU wil graag iedereen de mogelijkheid geven om een opleiding te volgen of om zijn kennis tijdens zijn hele beroepsleven te verbeteren. Vooral voor jongeren boven de 15 jaar bestaan er veel uitwisselingsprogramma's. De Europese Unie probeert in het bijzonder kansarme jongeren te bereiken. Ook ondersteunt ze onderwijsprojecten in onder meer Noord-Afrika en Centraal-Azië.

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

De Europese Unie voert sinds de jaren '70 beleid op het gebied van onderwijs, beroepsopleiding, jeugd en sport. De doelen van dit beleid, waaronder levenslange kennisvergaring voor iedereen, zijn vastgelegd in de verdragen van Maastricht (1992) en Amsterdam (1997).

De Europese Commissie wil alle positieve elementen van de verschillende onderwijssystemen in Europa behouden, en tegelijk bijdragen aan een verbetering van het onderwijsniveau. Factoren die de deelname aan het onderwijs belemmeren moeten worden bestreden. Verder moet het onderwijs kunnen voldoen aan de eisen die de 21ste eeuw stelt.

Onderwijsprogramma's van de EU

In 2007 is het overkoepelende onderwijsprogramma Leven Lang Leren van start gegaan. Het programma, dat loopt tot en met 2013, moet de ontwikkeling van een moderne kennismaatschappij in de hele Europese Unie ondersteunen. Leven Lang Leren moet zorgen voor meer uitwisseling, samenwerking en mobiliteit tussen de onderwijs- en beroepsopleidingstelsels. Dit programma is de opvolger van het Socrates programma.

De volgende programma's maken onder andere deel uit van Leven Lang Leren:

Voor de periode van 2014-2020 heeft de Europese Commissie een nieuw onderwijsprogramma voorgesteld: Erasmus for All.

Jeugdbeleid EU

Het jeugdbeleid beperkt zich niet tot onderwijs. In maart 2005 keurden de staatshoofden en regeringsleiders van de EU een Europees pact voor de jeugd goed. Daarin werden de algemene beginselen vastgesteld, zoals het creëren van banen voor jongeren, het bijbrengen van een aantal basisvaardigheden tijdens hun opleiding en het totstandbrengen van een evenwicht tussen werk en privé-leven zodra ze een baan hebben.

Lees meer

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor onderwijs, cultuur, meertaligheid en jeugdzaken:

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure.

De raadsformatie die beslist over het beleid inzake onderwijs, beroepsopleiding en jeugd is de Raad Onderwijszaken, Jeugd, Cultuur en Sport, die formeel vier keer per jaar bijeenkomt. Ook informele bijeenkomsten zijn mogelijk. Besluiten op basis van de gewone wetgevingsprocedure worden genomen met gekwalificeerde meerderheid.

Nederland wordt in deze Raad vertegenwoordigd door:

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Cultuur en Onderwijs de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland is de volgende Europarlementariër lid:

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

3.

Meer informatie

Hot issues

Nederland

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Statistiek

Contents

  • Contact
  • Home