Europa en sport

Voetballers

Sport neemt op zowel maatschappelijk als economisch gebied een belangrijke rol in de Europese samenleving, op allerlei verschillende manieren. Sport draagt bijvoorbeeld bij aan de volksgezondheid, wat weer positieve effecten heeft voor de productiviteit van de bevolking. Sport heeft echter ook negatieve bijverschijnselen, waaronder doping, gokken (en daardoor matchfixing), racisme en andere directe en indirecte gevolgen van een groeiende rol van sport in de samenleving. De Europese Unie houdt zich steeds meer bezig met het onderwerp sport, om zowel de positieve kanten te stimuleren als de negatieve aspecten tegen te gaan.

1.

Bevoegdheid

Op het gebied van sport heeft de EU specifieke bevoegdheden. Sinds het Verdrag van Lissabon is dat vastgelegd in artikel 6 en artikel 165 VwEU. De EU heeft de bevoegdheid om beleidsmaatregelen van lidstaten op sportgebied te ondersteunen, te coördineren en aan te vullen. De grootste verantwoordelijkheid blijft dus bij de lidstaten. De EU kan door deze toevoegingen aan het verdrag met één stem spreken met derde landen. 

Artikel 165 verwijst direct naar een aantal facetten van sport die gesteund en behouden moeten worden. Hierbij houdt de EU onder andere rekening met de rol van vrijwilligers bij sport en de sociale en educatieve functie van sport. De doelstellingen van de EU op sportgebied zijn eerlijkheid en openheid van sportcompetities en samenwerking tussen sportorganisaties bevorderen, en de fysieke en morele integriteit van sporters te waarborgen. Met name jonge sporters moeten worden beschermd tegen negatieve uitwassen, zoals doping, racisme en omkoping. 

Niet alleen door de artikelen in het VwEU, maar ook door uitspraken van het Europees Hof van Justitie heeft de EU haar stempel gedrukt op het sportbeleid. Een belangrijke uitspraak is bijvoorbeeld het Bosman-arrest uit 1995, dat de macht van voetbalspelers ten opzichte van clubs heeft versterkt. Daarin bepaalde het Hof dat voor spelers van wie het contract afgelopen was, niet langer een transfersom gevraagd kon worden bij vertrek naar een andere club. Ook werden beperkingen van het aantal buitenlandse spelers opgeheven voor zover het spelers uit EU-landen betrof. Voordat sport in de Verdragen was opgenomen, wist de EU ook al invloed uit te oefenen op het sportbeleid door het gebruik van haar bevoegdheid op gebieden die nauw zijn verbonden met sport, waaronder onderwijs en gezondheid.

2.

Doelstellingen

De doelstellingen van de Europese Unie staan vastgelegd in artikel 165 VWEU, het Witboek Sport 2007, een Mededeling uit 2011 en het Werkplan voor Sport 2011-2014. Telkens komen dezelfde onderwerpen terug waarop de EU zich wil richten: 

  • de maatschappelijke rol van sport
  • de economische dimensie
  • de organisatie van sport. 

3.

Witboek Sport 2007 en 'Pierre de Coubertin'

In 2007 kwam de Europese Commissie met het Witboek Sport en het bijbehorende actieplan 'Pierre de Coubertin'. Dit was het eerste brede initiatief van de EU op het gebied van sport. In het Witboek werd sport over drie brede thematische hoofdstukken verdeeld: de maatschappelijke rol van sport, de economische dimensie van sport en de organisatie van de sport. Binnen deze drie hoofdstukken werd op verschillende punten gefocust.

Op het gebied van de maatschappelijke rol van sport waren dit:

  • verbetering van de volksgezondheid door lichaamsbeweging
  • bestrijding van dopinggebruik
  • meer aandacht voor sport in het onderwijs
  • vrijwilligerswerk
  • sociale inclusie (achtergestelde groepen erbij betrekken)
  • bestrijding van racisme
  • sport als instrument bij ontwikkelingssamenwerking

Op het gebied van de economische dimensie van sport waren dit:

  • het verzamelen van vergelijkbare gegevens
  • waarborging van financiële steun voor gewone sportorganisaties

Op het gebied van de organisatie van sport waren dit:

  • de specifieke kenmerken van sport
  • vrij verkeer
  • transfer van spelers en spelersmakelaars
  • de bescherming van minderjarigen
  • bestrijding van corruptie en witwassen van geld
  • licentiesystemen voor clubs
  • mediarechten

Het actieplan 'Pierre de Coubertin', vernoemd naar één van de oprichters van de huidige Olympische Spelen, heeft met name betrekking op de sociale en economische aspecten van sport: volksgezondheid, onderwijs, sociale inclusie en vrijwilligerswerk, externe betrekkingen en financiering. Dit actieplan is grotendeels al uitgevoerd, maar met name op de gebieden van bevordering van vrijwilligerswerk binnen de sport, bescherming van minderjarigen en bescherming van het milieu blijft 'Pierre de Coubertin' toonaangevend. Het witboek heeft de weg vrijgemaakt voor verdere regelgeving vanuit de EU op het gebied van sport.

4.

Mededeling 2011 

In 2011 kwam de Commissie met een Mededeling getiteld 'Ontwikkeling van de Europese dimensie van de sport', waarin zij voortborduurde op het Witboek Sport van 2007. In consultaties tussen de Commissie en de lidstaten kwam naar voren dat de volgende zaken prioriteiten van de EU op het gebied van sport moesten worden:

  • lichaamsbeweging die bevorderlijk is voor de gezondheid
  • bestrijding van doping
  • onderwijs en opleiding
  • vrijwilligerswerk en non-profit-sportorganisaties
  • sociale inclusie in en door de sport, inclusief sport voor mensen met een handicap en gendergelijkheid in de sport
  • duurzame financiering van amateursport
  • goed bestuur

De sportsector, die ook werd geconsulteerd, vroeg aandacht voor de volgende onderwerpen: 

  • de verschillende niveaus waarop sport wordt beoefend (van jeugd en amateurniveau tot professioneel)
  • de beschikbaarheid van sport en lichaamsbeweging op alle onderwijsniveaus
  • erkenning van vrijwilligerswerk
  • bestrijding van geweld en discriminatie
  • stabiele financiering
  • de noodzaak van de ondersteuning van de vorming van netwerken
  • de uitwisseling van goede praktijken op EU-niveau

5.

Werkplan voor sport (2014-2017)

Het (tweede) Werkplan voor sport 2014-2017 is de opvolger van het (eerste) Werkplan voor sport 2011-2014. Het driejarige werkplan zal moeten worden geleid door de volgende principes:

  • bevorderen van een op samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie gebaseerde gezamenlijke aanpak, die op langere termijn een meerwaarde op EU-niveau op het gebied van sport moet opleveren
  • inspelen op internationale uitdagingen met een gecoördineerde EU-aanpak
  • rekening houden met de specifieke kenmerken van sport
  • integratie van sport in andere beleidsgebieden van de EU
  • tot stand brengen van een empirisch onderbouwd sportbeleid
  • bijdragen aan de overkoepelende prioriteiten van de EU-agenda voor economisch en sociaal beleid, met name de Europa 2020-strategie
  • voortbouwen op de resultaten van het eerste EU-werkplan voor sport
  • aanvullen en versterken van het effect van de activiteiten die zijn opgezet in het kader van het programma Erasmus+ op het gebied van sport.

In het werkplan richt de EU zich op de drie hoofdthema's integriteit, economische dimensie en sport en samenleving. 

  • Integriteit

    In dit thema worden in het bijzonder de bestrijding van doping en wedstrijdvervalsing, de bescherming van minderjarigen, goed bestuur en gendergelijkheid nagestreefd.

  • Economische dimensie van sport

    In dit thema worden met name de duurzame financiering van sport, de nalatenschap van belangrijke sportevenementen, de economische voordelen van sport en innovatie behartigd.

  • Sport en samenleving

    In dit thema wordt in het bijzonder gezondheidsbevorderende lichaamsbeweging (HEPA; health-enhancing physical  activity), vrijwilligerswerk, werken in de sport, en sportonderwijs en -opleiding bevorderd.  

Er moeten vijf deskundigengroepen worden ingesteld. Deze deskundigen worden door de lidstaten aangewezen. Zij zullen zich buigen over wedstrijdvervalsing; goed bestuur; de economische dimensie; HEPA en de ontwikkeling van het menselijk potentieel in sport. De Raad zal de uitvoering van dit werkplan vóór medio 2017 evalueren op basis van een verslag dat de Commissie uiterlijk in november 2016 zal hebben opgesteld.

6.

Erasmus+

Erasmus+ is het EU-programma voor onderwijs, beroepsopleiding, jeugd en sport voor 2014-2020. Sport krijgt in dit programma een eigen hoofdstuk en begroting. Erasmus+ is op sportgebied gericht op de ondersteuning van maatregelen voor capaciteitsopbouw en professionele ontwikkeling, verbetering van de bekwaamheid van bestuurders, verhoging van de kwaliteit van de uitvoering van EU-projecten, alsook het leggen van verbindingen tussen de organisaties in de sportsector.

7.

Meer informatie

  • Contact
  • Home