Europa en sport

Voetballer in actie

Sport en de Europese Unie krijgen steeds meer met elkaar te maken. Sport is belangrijk in het leven van veel Europeanen. Gezien het grote sociale en culturele belang wil de Europese Unie sport gebruiken om bepaalde waarden over te brengen, zoals tolerantie en een gezonde leefstijl.

Er zitten ook juridische en economische kanten aan sport waar Europee regelgeving een rol speelt. Het recht op vrij verkeer van personen heeft gevolgen gehad voor transfers van professionele sporters. Het immigratiebeleid is van belang bij aantrekken van spelers van buiten de Europese Unie. En de steun die overheden geven aan met name voetbalclubs wordt getoetst aan de regels van de mededinging. Deze zaken hebben alleen betrekking op de professionele sport.

1.

Culturele en sociale kanten van het sportbeleid

Ontwikkeling sportbeleid

De sociaal-culturele component van het sportbeleid vindt zijn wortels in een rapport dat in opdracht van de Europese Raad in 1984 werd opgesteld om het Europese integratieproces populairder te maken onder de bevolking. Sport werd in dit rapport bestempeld als een middel daartoe en daarom werden in de loop der jaren een aantal sportevenementen onder de vlag van de EU georganiseerd.

Het 'sportbeleid' werd in de loop der jaren uitgebreid met aantal thema's. Het omvatte onder anderen het bestrijden van drugsgebruik en racisme, het bevorderen van de lichamelijke gezondheid van de Europese burgers en het versnellen van de integratie van minderheden. In juli 2007 kwamen al deze punten samen in het Witboek Sport van de Europese Commissie. In de bijlage van dit Witboek staan een aantal concrete actiepunten verwoord in het Pierre de Coubertin-actieplan.

In het Verdrag van Lissabon dat eind 2009 in werking trad, wordt voor het eerst in een Europees verdrag gerefereerd aan sport. In de beginselen staat dat de Unie bevoegd is om het optreden van de lidstaten te ondersteunen, te coördineren of aan te vullen. In de daarna volgende opsomming van beleidsterreinen wordt ook verwezen naar "jongeren en sport". Hier wordt vooral op de sociaal-culturele aspecten gedoeld.

Verderop in het verdrag staat een paragraaf over 'onderwijs, beroepsopleiding, jeugd en sport'. De EU heeft een ondersteunende rol. Er staat dat de Unie bijdraagt aan de bevordering van de Europese inzet op sportgebied en dat zij daarbij rekening houdt met de specifieke kenmerken van sport, de op vrijwilligerswerk berustende structuren en de sociale en educatieve functie. In hetzelfde artikel wordt ook het sociale belang van sport in de Europese samenlevingen beklemtoond. In de uitwerking van het sportbeleid wordt dus eveneens voornamelijk op sociaal-culturele doelstellingen ingezet.

Doelen sportbeleid

In november 2010 vond voor het eerst in de geschiedenis van de EU een formele bijeenkomst van de Raad van Sportministers plaats. Tijdens deze bijeenkomst, waarbij ook eurocommissaris Androulla Vassiliou van Onderwijs, Cultuur, Meertaligheid, Jeugd en Sport aanwezig was, bespraken de ministers vijf speerpunten van het Europees sportbeleid, die in mei 2010 waren vastgesteld:

  • 1. 
    Promotie van de educatieve en sociale functie van sport
  • 2. 
    Ondersteuning en financiering van diverse (op vrijwilligerswerk berustende) sportstructuren
  • 3. 
    Uitbanning van discriminatie en vreemdelingenhaat op en om de sportvelden
  • 4. 
    Verdediging van de morele en fysieke integriteit van sporters, in het bijzonder in relatie tot dopinggebruik
  • 5. 
    Versterking van de dialoog met de sportwereld en haar organisaties

Sport is officieel (nog) geen apart beleidsterrein van de Europese Unie. Binnen het Directoraat-Generaal Onderwijs en Cultuur is er een zogenaamde Sport Unit opgericht.

2.

Volksgezondheid en sportbeleid

Samenwerking met de sport om de volksgezondheid te bevorderen ligt ook voor de hand. Een groot en bekend project is een initiatief van de EU in samenweking met voetbalclub FC Barcelona om rokers te helpen stoppen. Die campagne heet 'quit smoking with Barca'.

In augustus 2013 heeft de Europese Commissie ook een initiatief aangenomen waarin lidstaten worden aangemoedigd om nationale strategieën en actieplannen te ontwikkelen die sport moeten stimuleren. Dit is het gevolg van de toenemende bewustwording binnen de EU van de kansen die sport en sportbeoefening bieden om de Europese volksgezondheid te verbeteren.

3.

Sport en EU-regelgeving op andere terreinen

Vrij verkeer van personen

De EU heeft één interne markt, waarin personen vrij zijn om zich binnen ieder land van de Europese Unie te vestigen en er te werken. Hoe dat ingrijpt in de professionele sport is vooral duidelijk geworden in een aantal opeenvolgende rechtzaken.

Op basis van dat principe tekenden twee Nederlandse motorgangmakers, Bruno Walrave en Noppie Koch, in 1974 beroep aan tegen regelgeving van de internationale wielerfederatie UCI. De UCI stelde dat motorgangmakers alleen mochten werken voor wielrenners met dezelfde nationaliteit. Het Europees Hof van Justitie stelde hen uiteindelijk in het gelijk door uit te spreken dat "sport onder de bepalingen van het Europese Verdrag valt in zoverre als het een economische activiteit betreft". Europese regelgeving was dus van toepassing op professionele sportbeoefening.

In de jaren die volgden deed het Hof nog enkele uitspraken die de juridische dimensie extra gestalte gaven. Restricties op basis van nationaliteit werden uitgebannen door onder anderen zaak Donà uit 1976 en het beruchte Bosman-arrest uit 1995. De zaak Bosman zorgde er ook voor dat de grenzen gesteld aan transfervergoedingen moesten worden opgeheven. De uitspraak werd bevestigd in een reeks zaken van clubs tegen spelers. In combinatie met de populariteit en commercialisering leidde deze uitspraak in het voetbal tot een explosie van spelerssalarissen en transfersommen.

In 2010 stelde het Europees Hof van Justitie een opleidingsvergoeding voor clubs die jonge spelers hebben getraind verplicht. Het Hof vond dat het stimuleren van de training van nieuwe spelers belangrijker is dan het vrije verkeer van werknemers. Een vergoeding is vanuit dat oogpunt gerechtvaardigd, mits deze proportioneel is. Genoemde uitspraak is een direct gevolg van een aanklacht van de Franse voetballer Olivier Bernard. Hij meende dat de Franse wet zijn toenmalige nieuwe club Newcastle United ten onrechte verplichtte een opleidingsvergoeding te betalen aan Olympique Lyonnais.

'6+5 regel'

De wereldvoetbalbond FIFA vond dat de handel en de commercie sinds het Bosman-arrest vrij spel hebben gekregen waardoor de menselijke en fysieke waarden in het voetbal ernstig ondergesneeuwd zijn geraakt. Daarom pleitte de FIFA samen met de Europese voetbalbond UEFA voor een regel die voetbalclubs zou toestaan om maximaal vijf buitenlandse spelers in een elftal op te stellen. Deze '6+5 regel' zou het professionele voetbal moeten beschermen tegen de vergaande commercialisering van dit spel.

Probleem bij de invoering van de 6+5 regel was echter dat zowel het Europees Parlement als de Europese Commissie fervent tegenstander zijn, omdat de principes van deze regel strijdig zijn met een van de basisregels van de Europese samenwerking: het vrije verkeer van personen. De Europese spelersmarkt moet worden gevrijwaard van elke vorm van beperking op grond van nationaliteit, in elk geval voor spelers binnen de Europese Unie. Het Europees Parlement en de Europese Commissie willen dat de voetbalbonden met een andere oplossing komen die wel met de Europese markt te rijmen is.

Mededinging

De Europese voetbalbond UEFA wil dat clubs financieel gezond zijn. Onder de regels financial fairplay zouden clubs geen grote financiële risico's meer mogen nemen zoals het betalen van enorme transferbedragen voor een speler terwijl de club structureel verlies leidt.

Een financieel gezonde club behoort ook niet afhankelijk te zijn van staatssteun. Veel clubs ontvangen, direct of indirect, veel steun van overheden. In het kader het mededingingsbeleid deed s de Europese Commissie onderzoek naar de afspraken tussen PSV en Eindhoven, Willem II en Tilburg en FC Den Bosch en Den Bosch. Hieruit bleek dat de Nederlandse gemeenten hiermee over de schreef zijn gegaan. Naar Real Madrid loopt nog een onderzoek. Mogelijk zullen nog meer soortgelijke onderzoeken worden gestart.

Justitie en sport

Sport maakt ook deel uit van het justitieel beleid. Daarbij kan gedacht worden aan zaken als het bestrijden van dopinggebruik, racisme, geweld, corruptie, het witwassen van geld en matchfixing.

In 2011 heeft het Europees Parlement ingestemd met een pakket maatregelen. Belangrijke punten uit het pakket zijn:

  • doping ook in Europees verband beter aan te pakken. Daarin moet worden samengewerkt met het  Wereldantidopingagentschap (WADA)
  • het opstellen van een internationale lijst van hooligans die moeten worden geweerd uit Europese stadions
  • clubs wordt gevraagd zich te houden aan de immigratiewetten wanneer zij jonge spelers uit landen buiten de EU aantrekken
  • grote sportclubs wordt verzocht meer openheid van zaken te geven bij internationale transfers
  • aanpakken van corrupte spelersmakelaars

Het Europees orgaan voor de justitiële samenwerking (Eurojust) presenteerde op 4 februari 2013 een onderzoek naar matchfixing. Dat bleek wijdverbreid te zijn; zelfs wedstrijden tussen tussen landenteams werden als verdacht gekenmerkt. Het Europees Parlement sprak er schande van en eiste actie. De Europese Commissie liet weten aan voorstellen te werken. Een voorstel voor betere regulering an en toezicht op de goksector dat in de maak was werd meteen uitgebreid van casino's naar de hele sector.

4.

Argumenten in de discussie

Hieronder staat een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over Europa en Sport, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.

Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.

  • Europese regelgeving toepassen op nationale competities is zinloos

    Het heeft geen enkele zin om te pleiten voor een toepassing van de regels van de Europese interne markt op competities die primair op nationale leest geschoeid zijn. Fysiek gezien wordt het merendeel van de wedstrijden binnen de nationale kaders gespeeld, waardoor het zwaartepunt van de sportactiviteiten nog altijd binnen grenzen van de verschillende lidstaten van de EU ligt. Tel daarbij op dat clubs, in tegenstelling tot bedrijven, zich ook niet vrijelijk kunnen bewegen binnen de Europese interne markt (AZ kan zich niet in Barcelona vestigen om aan de Spaanse competitie mee te doen) en je begrijpt dat het toepassen van Europese regels op nationale competities zinloos is: sport is het laatste bastion van nationalisme in Europa.

  • De FIFA en de UEFA moeten niet zo krampachtig vasthouden aan 6+5

    In plaats van zich bezig te houden met het zoeken naar alternatieven voor de 6+5 regel kunnen de FIFA en de UEFA zich beter buigen over regelgeving die wel te verenigen valt met de basisprincipes van de Europese Unie. Nu gaat teveel tijd verloren aan het uitwerken van een plan dat reeds is afgeschoten. Het verder uitwerken van regelgeving in relatie tot salarisplafonds of het belonen van het opleiden van eigen spelers verdient de voorkeur en had in de tijd dat de experts van beide voetbalbonden zich bezighielden met 6+5 allang uitgewerkt kunnen zijn.

  • Europa moet zich niet bezighouden met sport

    Europese integratie is primair op een economische leest geschoeid en dat moet zo blijven. Het is waanzin dat de EU meent het recht te hebben zich te kunnen bemoeien met zaken als sport en dat zowel op sociaal-cultureel als op juridisch gebied bemoeienis met dit onderwerp plaatsvindt. Sport heeft historisch gezien in Europa altijd buiten de kaders van de verschillende overheden kunnen opereren en om de Europese identiteit recht te doen zouden de Europese instanties er verstandig aan doen zich niet langer te mengen in sportieve aangelegenheden.

  • Het is goed dat in het Verdrag van Lissabon sportparagrafen zijn opgenomen

    Het is een goede zaak dat in het Verdrag van Lissabon eindelijk twee sportparagrafen opgenomen zijn. Op deze manier kan de Europese Unie zich met het verdrag in de hand met sportieve regelgeving bemoeien. Dit doet meer recht aan de reeds bestaande situatie, waarin de Unie zich via andere beleidsterreinen alsnog met sportaangelegenheden inliet. Doordat nu in het Verdrag staat waartoe Europa wel en niet bevoegd is op sportief gebied, is bovendien duidelijker wat derden wel en niet van de EU mogen verwachten.

5.

Uw reactie

Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

6.

Meer informatie

  • Contact
  • Home