Europa en sport

Voetballer in actie

Sport is belangrijk in het leven van veel Europeanen. De Europese Unie houdt zich er dan ook sinds de jaren '70 in toenemende mate mee bezig. Gezien het grote sociaalculturele belang probeert de Unie sport in te zetten om fundamentele waarden als racisme en een gezonde levensstijl onder de aandacht te brengen.

Naast het sociaal-culturele aspect, hebben sporters en sportorganisaties te maken met het juridisch en economisch aspect. Hierbij komt Europese regelgeving om de hoek kijken. Zo heeft het recht op vrij verkeer van personen gevolgen gehad voor transfers van professionele sporters, is het Europese immigratiebeleid van belang bij het aantrekken van sporters buiten de Europese Unie en wordt de steun die lokale overheden aan sportclubs verlenen getoetst aan Europese regels.

Ondanks deze raakvlakken met Europese regelgeving, is sport geen officieel beleidsterrein van de Europese Unie. Binnen het Directoraat-Generaal Onderwijs en Cultuur is er een zogenaamde Sport Unit opgericht.

1.

Sociaal-culturele aspecten van 'sportbeleid'

Ontwikkeling sportbeleid

De sociaalculturele component van 'sportbeleid' werd voor het eerst opgenomen in een rapport van de Europese Raad uit 1984. Sport werd ingezet als middel ter bevordering van het integratieproces. Zo werden verscheidene sportevenementen onder de vlag van de EU georganiseerd.

In juli 2007 werd door de Europese Commissie het Witboek Sport opgesteld. Het Witboek moest zorgen voor meer duidelijkheid in bepaalde thema's, zoals de toepassing van EU-wetgeving op sport. Kort samengevat gaf de Commissie in het Witboek aan meer sportgerelateerde maatregelen op Europees niveau te nemen en sport graag te willen inzetten om de volgende doelen te bereiken:

  • strategisch richting geven aan sport in Europa
  • bevordering van het debat over specifieke problemen in de sport
  • verhoging van de zichtbaarheid van sport in Europese beleidsvorming
  • vergroting van de kennis over de behoeften en specifieke kenmerken van de sportsector

In het Verdrag van Lissabon, dat eind 2009 in werking is getreden, werd in de beginselen opgenomen dat, de Europese Unie inzake sport bevoegd is om het optreden van lidstaten te ondersteunen, te coördineren of aan te vullen. Verderop bevat het verdrag een paragraaf over 'onderwijs, beroepsopleiding, jeugd en sport'. Hierin benadrukt de EU haar ondersteunende rol op het gebied van sport, rekening houdend met de op vrijwilligerswerk berustende structuren en de sociale en educatieve functie.  

In november 2010 vond voor het eerst in de geschiedenis van de EU een formele bijeenkomst van de Raad van Sportministers plaats. Tijdens deze bijeenkomst, waarbij ook eurocommissaris Androulla Vassiliou van Onderwijs, Cultuur, Meertaligheid, Jeugd en Sport aanwezig was, bespraken de ministers vijf sociaal-culturele speerpunten die eerder dat jaar werden vastgesteld:

  • 1. 
    Promotie van de educatieve en sociale functie van sport
  • 2. 
    Ondersteuning en financiering van diverse (op vrijwilligerswerk berustende) sportstructuren
  • 3. 
    Uitbanning van discriminatie en vreemdelingenhaat op en om de sportvelden
  • 4. 
    Verdediging van de morele en fysieke integriteit van sporters, in het bijzonder in relatie tot dopinggebruik
  • 5. 
    Versterking van de dialoog met de sportwereld en haar organisaties

Ook na opgenomen te zijn in het Verdrag van Lissabon en de formele bijeenkomst van de Raad van Sportministers, vormde sport nog altijd geen officieel beleidsterrein van de Europese Unie.

Bevordering volksgezondheid

In samenwerking met sportorganisaties probeert de Europese Unie de volksgezondheid te bevorderen. Een voorbeeld van een dergelijk project is de campagne 'quit smoking with Barca' die begin 2012 van start ging.

Als gevolg van de toenemende bewustwording dat sport kansen biedt om de Europese volksgezondheid te verbeteren, heeft de Europese Commissie in 2013 een initiatief aangenomen waarin lidstaten worden aangemoedigd nationale plannen te ontwikkelen om sportbeoefening te stimuleren.

2.

Europese regelgeving en sport

Vrij verkeer van personen

De EU kent vandaag de dag één interne markt. Personen zijn vrij om zich binnen ieder land van de Europese Unie te vestigen en er aan het werk te gaan. Dit heeft ook zijn uitwerking gehad op de professionele sport.

Op basis van het 'vrij verkeer van personen' principe tekenden twee Nederlandse motorgangmakers in 1974 beroep aan tegen regelgeving van de internationale wielerfederatie UCI. De UCI stelde dat motorgangmakers alleen mochten werken voor wielrenners met dezelfde nationaliteit.

Het Europees Hof van Justitie stelde de motorgangmakers echter in het gelijk door uit te spreken dat "sport onder de bepalingen van het Europese Verdrag valt zolang het een economische activiteit betreft".

In de jaren daaropvolgend deed het Hof meerdere uitspraken die de juridische dimensie extra gestalte gaven. Restricties op basis van nationaliteit werden uitgebannen door onder andere de Donà-zaak uit 1976 en het beruchte Bosman-arrest uit 1995.

De zaak Bosman zorgde er ook voor dat de grenzen  transfervergoedingen werden opgeheven. De uitspraak werd bevestigd in een reeks zaken van clubs tegen spelers. In combinatie met de populariteit en commercialisering leidde de uitkomst in het voetbal tot een explosie van spelerssalarissen en transfersommen.

In 2010 stelde het Europees Hof van Justitie een opleidingsvergoeding voor clubs die jonge spelers hebben getraind verplicht. Het Hof achtte het stimuleren van training van jonge spelers belangrijker dan het vrije verkeer van werknemers. Een vergoeding is vanuit dat oogpunt gerechtvaardigd, mits deze proportioneel is.

'6+5 regel'

De wereldvoetbalbond FIFA pleitte, na de commerciële explosie naar aanleiding van de uitspraak in het Bosman-arrest uit 1995, voor een regel die voetbalclubs zou toestaan om maximaal vijf buitenlandse spelers in een elftal op te stellen. Deze '6+5 regel' zouden menselijke en fysieke waarden in het professionele voetbal moeten beschermen tegen de vergaande commercialisering.

Zowel het Europees Parlement als de Europese Commissie zijn echter tegenstander van dergelijke maatregelen, omdat de principes strijdig zijn met één van de kernpunten van Europese samenwerking: het vrije verkeer van personen. De Europese sportmarkt moet worden gevrijwaard van elke vorm van beperking op grond van nationaliteit en dus zullen sportorganisaties met andere maatregelen moeten komen.

Mededinging

De Europese Commissie en de Europese voetbalbond UEFA maken zich sterk voor financieel gezonde clubs. De UEFA doet dit onder het motto financial fairplay. Veel clubs ontvangen, direct of indirect, steun van overheden.

In het kader van het mededingingsbeleid deed de Europese Commissie onderzoek naar afspraken tussen PSV en Eindhoven, Willem II en Tilburg en FC Den Bosch en Den Bosch. Hieruit is gebleken dat, de Nederlandse gemeenten over de schreef zijn gegaan bij het verlenen van financiële steun. Ook naar een aantal Spaanse voetbalclubs is een onderzoek gestart.

Justitie en sport

Sport maakt ook deel uit van het justitieel beleid. Denk hierbij aan het bestrijden van dopinggebruik, racisme, geweld, corruptie, het witwassen van geld en match-fixing.

In 2011 stemde het Europees Parlement in met een aantal maatregelen:

  • Aanpakken van doping in samenwerking met het Wereldantidopingagentschap (WADA);
  • Opstellen van een internationale lijst met hooligans die worden geweerd uit Europese stadions;
  • Clubs dienen zich te houden aan immigratiewetten wanneer jonge spelers van buiten de EU worden aangetrokken;
  • Grote clubs wordt verzocht meer openheid van zaken te geven bij internationale transfers;
  • Aanpakken van corrupte spelersmakelaars.

Het Europees orgaan voor de justitiële samenwerking (Eurojust) presenteerde op 4 februari 2013 een onderzoek naar match-fixing. Dat bleek wijdverbreid te zijn. Het Europees Parlement eiste actie. Een voorstel van de EC ter bevordering van regulering en toezicht in de goksector, werd direct uitgebreid van casino's naar de gehele sector.

3.

Argumenten in de discussie

Hieronder staat een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over Europa en Sport, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.

Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.

  • Europese regelgeving toepassen op nationale competities is zinloos

    Het heeft geen enkele zin om te pleiten voor een toepassing van de regels van de Europese interne markt op competities die primair op nationale leest geschoeid zijn. Fysiek gezien wordt het merendeel van de wedstrijden binnen de nationale kaders gespeeld, waardoor het zwaartepunt van de sportactiviteiten nog altijd binnen grenzen van de verschillende lidstaten van de EU ligt. Tel daarbij op dat clubs, in tegenstelling tot bedrijven, zich ook niet vrijelijk kunnen bewegen binnen de Europese interne markt (AZ kan zich niet in Barcelona vestigen om aan de Spaanse competitie mee te doen) en je begrijpt dat het toepassen van Europese regels op nationale competities zinloos is: sport is het laatste bastion van nationalisme in Europa.

  • De FIFA en de UEFA moeten niet zo krampachtig vasthouden aan 6+5

    In plaats van zich bezig te houden met het zoeken naar alternatieven voor de 6+5 regel kunnen de FIFA en de UEFA zich beter buigen over regelgeving die wel te verenigen valt met de basisprincipes van de Europese Unie. Nu gaat teveel tijd verloren aan het uitwerken van een plan dat reeds is afgeschoten. Het verder uitwerken van regelgeving in relatie tot salarisplafonds of het belonen van het opleiden van eigen spelers verdient de voorkeur en had in de tijd dat de experts van beide voetbalbonden zich bezighielden met 6+5 allang uitgewerkt kunnen zijn.

  • Europa moet zich niet bezighouden met sport

    Europese integratie is primair op een economische leest geschoeid en dat moet zo blijven. Het is waanzin dat de EU meent het recht te hebben zich te kunnen bemoeien met zaken als sport en dat zowel op sociaal-cultureel als op juridisch gebied bemoeienis met dit onderwerp plaatsvindt. Sport heeft historisch gezien in Europa altijd buiten de kaders van de verschillende overheden kunnen opereren en om de Europese identiteit recht te doen zouden de Europese instanties er verstandig aan doen zich niet langer te mengen in sportieve aangelegenheden.

  • Het is goed dat in het Verdrag van Lissabon sportparagrafen zijn opgenomen

    Het is een goede zaak dat in het Verdrag van Lissabon eindelijk twee sportparagrafen opgenomen zijn. Op deze manier kan de Europese Unie zich met het verdrag in de hand met sportieve regelgeving bemoeien. Dit doet meer recht aan de reeds bestaande situatie, waarin de Unie zich via andere beleidsterreinen alsnog met sportaangelegenheden inliet. Doordat nu in het Verdrag staat waartoe Europa wel en niet bevoegd is op sportief gebied, is bovendien duidelijker wat derden wel en niet van de EU mogen verwachten.

4.

Uw reactie

Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

5.

Meer informatie

  • Contact
  • Home