Submenu:
Nieuws-items Toetreding Kosovo tot de Europese ...
-
29-05Balkantop afgelast wegens ruzie over Kosovo
-
29-05Serviërs in Noord-Kosovo beginnen eigen parlement (en)
-
27-05Statement by High Representative Catherine Ashton on the implementation plan for the April agreement
-
24-05Opinie Clingendael: Akkoord tussen Servië en Kosovo niet het laatste woord
-
22-05Hoge Vertegenwoordiger Catherine Ashton over dialoog tussen Servië en Kosovo (en)
Submenu:
(in the past)
Toetreding Kosovo tot de Europese Unie - Hoofdinhoud
Kosovo is nog geen officiële kandidaat-lidstaat van de Europese Unie. Het land zal hoogstwaarschijnlijk binnen een paar jaar een aanvraag tot toetreding indienen. De kans dat deze in behandeling wordt genomen is vrij groot. Vooral het oordeel van het Internationaal Gerechtshof in Den Haag van 21 juli 2010 dat het eenzijdig uitroepen van de onafhankelijkheid op 17 februari 2008 volkenrechtelijk gerechtvaardigd was heeft een mogelijke hindernis voor toetreding weggehaald.
De status van Kosovo is nog onzeker: het gebied staat nu nog onder het bestuur van de VN -missie UNMIK (United Nations Interim Administration Mission in Kosovo), terwijl de door de NAVO geleide KFOR-missie toezicht houdt op de openbare orde. In 2008 werd de rol van de VN geleidelijk overgenomen door de EU-missie EULEX. Nederland stemde in mei 2008 in met deze missie.
Servië, het land waarvan Kosovo een onderdeel was, nam sinds november 2000 deel aan het Stabilisatie- en Associatieproces (SAP) van de Europese Unie. Op 12 juni 2004 besloot de raad een Europees Partnerschap op te stellen met Servië en Montenegro, inclusief Kosovo. Omdat de status van Kosovo betwist is, ook onder EU-lidstaten, kan Kosovo niet zonder meer deelnemen aan het SAP en ook niet zelfstandig een Stabilisatie- en Associatieovereenkomst (SAO) tekenen met de EU aan het einde van het proces. In plaats daarvan heeft de EU voor Kosovo het Stability Tracking Mechanism (STM) opgezet, een instrument dat gelijk loopt met het SAP en ervoor moet zorgen dat Kosovo vanwege de twijfel over de status van het land niet geïsoleerd raakt van Europa.
Servië toonde zich in september 2010 - onder druk van de EU - bereid tot een dialoog te komen met Kosovo. Dat proces gaat met vallen en opstaan onder leiding van EU-bemiddelaar Robert Cooper.
In het voortgangsrapport van oktober 2011 concludeerde de Europese Commissie dat Kosovo maar weinig vooruitgang boekt in de strijd tegen criminaliteit en corruptie en een goed functionerende markteconomie. Tevens valt er op economisch gebied nog veel te verbeteren. De hervorming van justitie gaat wel naar tevredenheid van de Commissie.
Contents of this page:
Stabilisatie- en Associatie-Proces
In mei 1999 stelde de Europese Unie het Stabilisatie- en Associatie-Proces (SAP) voor aan vijf landen in Zuidoost-Europa. Kosovo was op dat moment nog een onderdeel van Servië. In juni 2000 maakte de Europese Raad bekend dat alle SAP-landen potentiële kandidaten voor het lidmaatschap van de Europese Unie zijn. Tijdens een topconferentie in Zagreb in november 2000 werd het SAP voor de Westelijke Balkan officieel gestart.
Vanaf de interventie door de NAVO in juni 1999, werd de afscheiding van Kosovo van Servië steeds onvermijdelijker. In november 2001 hield Kosovo zijn eerste verkiezingen en in februari 2002 werden de zogenaamde Provisional Institutions of Self-Government (PISG) ingesteld, waarmee het land volledig zelfstandig kon functioneren. De PISG bestaan uit een president, een premier, ministers en een parlement. De Europese Commissie gaat wat toetredingszaken betreft met de PISG om alsof het gaat om het parlement en de regering van een volwaardig soevereine staat, al is UNMIK eindverantwoordelijk voor het buitenlands beleid van Kosovo.
De PISG namen in januari 2005 het Kosovo-Actieplan voor de implementatie van het Europees Partnerschap aan. Dit Partnerschap had de EU in 2004 voorgesteld aan Servië, met Montenegro en Kosovo inbegrepen.
In april 2005 neemt de Europese Commissie de mededeling van de Raad van Europa en het Europees Parlement over een Europese toekomst voor Kosovo - COM(2005)156 aan.
Toetredingsproces
In november 2007 komt de Europese Commissie met een rapportage over de voortgang van Kosovo in het toetredingsproces. Hierin komt naar voren dat Kosovo te maken heeft met een groot democratisch tekort en een gebrek aan efficiency op het vlak van zelfbestuur. Doordat er in Kosovo juridische onzekerheid bestaat over de wetten die de regering moet toepassen, heeft het land een zwakke rechtsstaat. Daarnaast zijn er te weinig middelen om de wet te handhaven wat corruptie in de hand werkt. Kosovo heeft inspanningen verricht om het geweld tegen minderheidsgroepen terug te dringen en de vertegenwoordiging van deze groepen te verbeteren. Op plaatselijk niveau wordt dit echter nog niet goed in de praktijk gebracht. Kosovo doet daarnaast ook moeite om de terugkeer van vluchtelingen te bevorderen. Het aantal teruggekeerde personen blijft echter laag. Aangezien er onzekerheid bestaat over de toekomstige status van Kosovo en de veiligheidssituatie voor vluchtelingen slecht is, zal het lastig zijn hier verandering in aan te brengen.
Onafhankelijkheid
Het Kosovaarse parlement heeft in februari 2008 eenzijdig de onafhankelijkheid uitgeroepen. De Raad van de Europese Unie verklaarde een dag later dat elk EU-lidstaat zelf zou moeten bepalen hoe om te gaan met deze onafhankelijkheidsverklaring. In juni van 2008 trad de grondwet van Kosovo in werking, waarin ook verwezen wordt naar "Euro-Atlantische integratie" als een voor Kosovo belangrijk proces.
Voortgang van de toetreding
In oktober 2009 komt de Europese Commissie met een rapportage over de voortgang van Kosovo in het toetredingsproces. Hieruit komt naar voren dat de stabiliteit is gehandhaafd maar dat het land nog steeds erg kwetsbaar is. De rechtsstaatmissie van de Europese Unie, EULEX, is nu actief in heel het land.
Kosovo is erin geslaagd om het bestuurlijke systeem beter te laten functioneren. Hiermee komt het land steeds dichter bij het voldoen aan de politieke toetredingscriteria. Wel moeten er op bestuurlijk vlak nog aanpassingen worden doorgevoerd om op deze manier corruptie en georganiseerde misdaad tegen te gaan. Ook is Kosovo er nog niet volledig in geslaagd om de Servische minderheid in het land te beschermen en om deze, en andere minderheden, volledig te laten meedoen aan lokale verkiezingen.
Kosovo heeft nog een lange weg te gaan voordat het land beschikt over een goed functionerende markteconomie. Wil het land, ook in de toekomst, kunnen blijven concurreren met buurlanden en EU-lidstaten, dan zal het economisch beleid moeten worden aangepast. De Europese Commissie stelt dan ook voor om de handelsregelingen waarvan het land momenteel profiteert, uit te breiden. Wanneer Kosovo volledig voldoet aan de eisen, zal er door de Commissie een handelsovereenkomst worden voorgesteld.
Op 16 november 2012 heeft het bestuur van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling het lidmaatschap van Kosovo goedgekeurd. Deze bank ondersteunt landen bij het ontwikkelen van een vrije markteconomie.
Op 22 juli 2010 deed het Internationaal Gerechtshof uitspraak over de onafhankelijkheid van Kosovo. Ondanks de uitspraak zijn er nog vijf EU-landen (Slowakije, Spanje, Roemenië, Griekenland en Cyprus) die Kosovo weigert te erkennen als zelfstandige staat. Het Servische Parlement heeft zelfs een resolutie aangenomen om Kosovo nooit als onafhankelijke staat te erkennen.
Onder druk van de EU kwam het echter in 2010 wel tot overleg tussen Servië en Kosovo. Het oplossen van het conflict is een voorwaarde voor toetreding tot de EU van zowel Servië als Kosovo.
De Europese Commissie schrijft in oktober 2011 dat het land nog steeds ver achter loopt wat betreft de aanpak van corruptie en de strijd tegen criminaliteit. Ook het beter laten functioneren van de markteconomie wil maar niet vlotten. De gesprekken met Servië verlopen stroef. De hervorming van justitie gaat wel naar tevredenheid van de Commissie.
Op 19 april 2013 kwamen de premiers van Servië en Kosovo tot een akkoord onder leiding van Hoge Vertegenwoordiger Catherine Ashton. Het akkoord betekende volgens de Kosovaarse premier Hasim Thaci een juridische erkenning van Kosovo’s zelfstandigheid.
Het akkoord bestaat uit 15 punten. Over 13 punten was al eerder overeenstemming bereikt. De laatste twee punten hadden betrekking op de Kosovaarse politie in Servische gemeenschappen en Kosovo's lidmaatschap van internationale organisaties. Door het akkoord mogen Servische gemeenten in Kosovo regionale politieagenten aanstellen. Daarnaast mogen vier, grotendeels door Serviërs bewoonde, gemeentes in Kosovo een lokale commandant kiezen. Daar tegenover staat dat Servië niet langer het VN-lidmaatschap van Kosovo blokkeert.
Regionale vrijhandelszone
Op 19 december 2006 is het CEFTA-akkoord ondertekend. Dit vrijhandelsakkoord is in 2007 in werking getreden. De CEFTA bestaat uit Servië, Montenegro, Bosnië-Herzegovina, Albanië, Kroatië, Macedonië, Moldavië en de UNMIK namens Kosovo. De vrijhandelszone heeft als doel het handelsvolume van de regionale markt te vergroten en de regio aantrekkelijker te maken als vestigingsplaats voor buitenlandse bedrijven en andere investeerders.
Kosovo heeft op 17 februari 2008 eenzijdig de onafhankelijkheid uitgeroepen. Het gebied staat nu nog onder het bestuur van de Verenigde Naties. Het uitroepen van de onafhankelijkheid ligt zeer gevoelig in de internationale gemeenschap. Dit komt onder andere doordat Servië een groot tegenstander van onafhankelijkheid is en de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof afwijst. Veel landen die zelf grote minderheden binnen hun grenzen hebben en bang zijn voor afscheidingsbewegingen, zoals Rusland en China maar ook EU-lidstaat Spanje, hebben de onafhankelijkheid van Kosovo niet geaccepteerd omdat zij bang zijn dat Kosovo een voorbeeld kan zijn voor hun eigen minderheden.
Het Servische parlement heeft in december 2007 een resolutie aangenomen waarin staat dat Servië het EU-lidmaatschap zal weigeren als de Europese Unie een onafhankelijk Kosovo erkent. Ook Roemenië en Cyprus verzetten zich tegen de onafhankelijkheid van Kosovo, omdat het gebied nog steeds met etnische problemen en conflicten kampt. Daarentegen hebben andere EU-lidstaten, zoals Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland, Italië en ook Nederland, Kosovo als onafhankelijke staat erkend. Ondanks deze gedeeltelijke erkenning, is Kosovo nog altijd geen kandidaat-lid. In het kaartje is te zien welke landen in de EU Kosovo wel erkennen en welke niet.
Financiële steun vanuit de Europese Unie
Op dit moment ontwikkelt Kosovo zich met behulp van geld van de Europese Unie. De Europese Unie is de grootste hulpdonor voor Kosovo. Het belangrijkste hulpinstrument is het Comité voor de tenuitvoerlegging van communautaire bijstand voor wederopbouw, ontwikkeling en stabilisering. Sinds 1999 heeft Kosovo uit dit fonds 1,6 miljard euro ontvangen. De prioriteiten van dit comité zijn het stabiliseren van de democratie, het opzetten van goede overheidsinstituties, economische en sociale ontwikkeling en het deelnemen aan gemeenschapsprogramma's.
Militaire steun
Sinds 1999 staat Kosovo onder het bestuur van de missie UNMIK. Deze missie is gebaseerd op Resolutie 1244 van de VN Veiligheidsraad. De missie wordt ondersteund door KFOR. KFOR (Kosovo Force) bestaat uit ruim 6.300 militairen uit 23 NAVO-landen en 8 niet-NAVO-landen.
De EU heeft in 2008 voorgesteld de missie UNMIK te beëindigen en het VN-bestuur te vervangen door een EU- bestuur. Rusland blokkeerde dit echter. Het vervangen van de VN-missie door een EU-macht houdt een duidelijke erkenning van de onafhankelijkheid van Kosovo in. Rusland vreest dat dit een precedent schept voor andere opstandige regio's. De oplossing die uiteindelijk werd gekozen was het laten voortbestaan van UNMIK als kader, maar de EU het grootste deel van de daadwerkelijke werkzaamheden op zich te laten nemen. Rusland en Servië konden met deze optie instemmen omdat de status van Kosovo in de taakomschrijving van UNMIK in het midden gelaten wordt.
Steun rechtsstaat
De Europese Unie heeft in het kader van de missie "EULEX" 2000 marechaussees, politiemensen, rechters en aanklagers naar Kosovo gestuurd om te helpen bij het versterken van de rechtsstaat. Nederland levert op dit moment ook een (bescheiden) bijdrage aan EULEX. De missie is in 2012 met twee jaar verlengd.
De internationale instantie die toezicht hield op Kosovo, de Internationale Stuurgroep, is per september 2012 opgeheven. Dit zou een aanvraag naar het kandidaat-lidmaatschap tot de EU een stapje dichterbij brengen.
De toekomstige status van Kosovo is voor de veiligheid en stabiliteit van de gehele regio van belang. Het is voor de EU belangrijk dat een vreedzame oplossing gevonden kan worden voor het conflict tussen etnische Serviërs en Albanezen, omdat deze etnische strijd zou kunnen overslaan naar de rest van de regio. De internationale interventie in Kosovo is het meest recente gewapende conflict dat zich op slechts enkele honderden kilometers van de grenzen van de EU afspeelde.
Nederland heeft Kosovo als onafhankelijke staat erkend. Op dit moment is de Nederlandse bijdrage aan KFOR beperkt: twee inlichtingenexperts en twee ondersteuningsofficieren. Voor de EU-missie EULEX zijn een twintigtal agenten van de Marechaussee aanwezig in Kosovo, samen met enkele experts van de politie en de ministeries Binnenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie.

