parlementsgebouw Belgrado

Bron: Konrad Zielinski

Servisch parlementsgebouw in Belgrado

Servië is sinds 1 maart 2012 kandidaat-lidstaat van de Europese Unie. In december 2009 vroeg Servië het kandidaat-lidmaatschap aan. Vanaf juni 2000 was het het land al potentieel-lidstaat. Ook werd in 2008 een Stabiliteits- en Associatie-Overeenkomst gesloten. 

Een belangrijke voorwaarde voor het Servische lidmaatschap van de Europese Unie was het voor het Joegoslavië-Tribunaal brengen van oorlogsmisdadigers. Hervormingen in het kiesstelsel, de aanpak van de georganiseerde misdaad, mensenhandel en een volledig onafhankelijke positie van de rechterlijke macht zijn overige voorwaarden. De belangrijkste stap die Servië nog moest maken op weg naar het EU-lidmaatschap was het normaliseren van de relatie met Kosovo, dat zich in 2008 van Servië afsplitste en de onafhankelijkheid uitriep. 

Het Europees Parlement verwelkomde de beslissing van de Raad om Servië het kandidaat-lidmaatschap toe te kennen. In februari 2013 drong het Parlement erop aan de toetredingsonderhandelingen met Servië voor juni 2013 te beginnen.

In april 2013 kwamen de Servische en Kosovaarse premiers onder leiding van Hoge vertegenwoordiger Catherine Ashton tot een akkoord. Volgens de Kosovaarse premier Hashim Thaçi is de overeenkomst een juridische erkenning van Kosovo’s zelfstandigheid. Het akkoord is een belangrijke stap voor Servië op weg naar de toetreding tot de Europese Unie.

1.

In vogelvlucht

Besprekingen over Europees lidmaatschap

In 1999 besloot de Europese Unie om Servië middels het Stabilisatie en Associatie-proces voor te bereiden op een lidmaatschap van de Europese Unie. Dit werd in november 2000 vormgegeven in een handelsovereenkomst, waarmee de meeste Servische producten zonder invoerheffingen in de Europese Unie konden worden ingevoerd. In juli 2001 begon de Europese Unie de politieke en economische gesprekken met Servië, waarna de Raad het land in januari 2004 een Europees Partnerschap voorstelde.

In oktober 2005 volgden de eerste onderhandelingen van de EU over de Stabilisatie- en Associatie-Overeenkomst met Servië. In mei 2006 blies de EU echter de onderhandelingen af vanwege de slechte medewerking van het land met het Joegoslavië-Tribunaal. Een jaar later, in juni 2007 gaf Servië aan volledig mee te willen werken aan de eisen van het Tribunaal. De EU en Servië tekenden in april 2008 een associatieovereenkomst.

In december 2009 van het volgende jaar diende het land een officieel verzoek tot lidmaatschap in. De volgende belangrijke stap op weg naar het kandidaat-lidmaatschap werd gezet in maart 2010, toen het Servische parlement de massamoord op Bosnische moslims in Srebenica in 1995 erkende. De Europese Raad besliste in maart 2012 dat Servië officieel kandidaat-lidstaat mocht worden.

Hervormingen

De Europese Commissie publiceert jaarlijks een voortgangsrapport over de Servische toetreding tot de Unie. Al in 2003 werd duidelijk dat het land vooral op politiek gebied veel aanpassingen nodig zou hebben om tot de EU te kunnen behoren. Zo moest het land het leger hervormen, de corruptie harder aanpakken en moest Servië meer doen om de schending van mensenrechten tegen te gaan. De invloed van de regering op het gerechtelijk apparaat en de staatsmedia werden als zorgwekkend gezien.

In het voortgangsrapport van oktober 2011 prijst de Europese Commissie Servië voor de voortgang die het land heeft geboekt. Vooral op politiek gebied is het land erg gegroeid en er zijn belangrijke stappen gezet naar een goed functionerende markteconomie.

Joegoslavië-Tribunaal

Een belangrijke hindernis in het toetredingsproces tot de EU was tot mei 2011 de samenwerking van Servië met het Joegoslavië-Tribunaal. Met de arrestatie en uitlevering van Ratko Mladic voldeed Servië aan die voorwaarde. De uitlevering in juli 2011 van Goran Hadzic, de laatste voortvluchtige Servische leider, maakte duidelijk dat de Servische regering ook na de arrestatie van Mladic samenwerking met het Tribunaal serieus blijft nemen.

Normalisatie relatie Servië-Kosovo

Als Servië wil toetreden tot de Europese Unie moet het aan een belangrijke voorwaarde voldoen: Kosovo erkennen als zelfstandige staat. Het Internationaal gerechtshof oordeelde op 22 juli dat de afsplitsing van Kosovo internationaalrechtelijk gezien gerechtvaardigd is. Deze uitspraak verstevigde de Kosovaarse claim op onafhankelijkheid, hoewel de uitspraak niet dwingend is. De EU gaf daarna aan dat, volgens haar visie, de toekomst van zowel Servië als Kosovo in de Europese Unie ligt. Daarom is in 2010 besloten om de dialoog tussen beide landen te faciliteren.

Begin mei 2012 werd Tomislav Nikolic de nieuwe president van Servië. Hij was fel tegen de erkenning van Kosovo als onafhankelijke staat.  In oktober 2010 gaf Herman Van Rompuy nogmaals aan dat Servië de Kosovaarse onafhankelijkheid moet erkennen als het wil toetreden tot de EU.

Op 19 april 2013 kwamen de premiers van Servië en Kosovo tot een akkoord onder leiding van Hoge Vertegenwoordiger Catherine Ashton. Het akkoord maakt de weg voor Servië vrij om toe te treden tot de Europese Unie. Het akkoord betekende volgens de Kosovaarse premier Hashim Thaçi een juridische erkenning van Kosovo’s zelfstandigheid.

Het akkoord bestaat uit 15 punten. Over 13 punten was al eerder overeenstemming bereid. De laatste twee punten hadden betrekking op de Kosovaarse politie in Servische gemeenschappen en Kosovo's lidmaatschap van internationale organisaties. Door het akkoord mogen Servische gemeenten in Kosovo regionale politieagenten aanstellen. Daarnaast mogen vier, grotendeels door Serviërs bewoonde, gemeentes in Kosovo een lokale politiecommandant kiezen. Daar tegenover staat dat Servië niet langer het VN-lidmaatschap van Kosovo blokkeert.

Het Europees Parlement

Het Europees Parlement sprak na het kandidaat-lidmaatschap van Servië in maart 2012 de wens uit dat de toetredingshandelingen zo snel mogelijk zouden beginnen, op voorwaarde dat Servië doorgaat met de hervormingen op het gebied van democratie en wetgeving. De discriminatie van minderheden en de gelijke kansen op de arbeidsmarkt vormen belangrijke eisen van het Parlement.

Visumverplichting

De verbeterde relatie tussen de Europese Unie en Servië komt onder meer tot uiting door de afschaffing van de visumverplichting voor Servische burgers. Vanaf 1 januari 2008 was het voor Servische studenten, academici, journalisten en toeristen al gemakkelijk om een visum te krijgen. Sinds december 2009, toen Servië officieel het kandidaat-lidmaatschap aanvroeg, is het aanvragen van een visum helemaal niet meer nodig voor Serviërs die naar de EU afreizen.

2.

Nederland en Servië

Nederland stond kritisch tegenover een EU-lidmaatschap van Servië omdat het land lang niet voldoende meewerkte aan de arrestatie en uitlevering van oorlogsmisdadigers aan het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag. In mei 2010 verzekerde de Servische premier Mirko Cvetkovic echter dat zijn land er alles aan wil doen om Mladic op te sporen. Een jaar later werd de voormalige generaal door Servië gearresteerd en uitgeleverd, zodat hij berecht kan worden. Met de aanhouding van de voortvluchtige Goran Hadzic valt het bezwaar van slechte samenwerking met het Tribunaal weg. Nederland blijft echter bezorgd om de corruptie in Servië en de relatief slechte mensenrechtensituatie.

3.

Besluitvorming

Het Europees Parlement gaf aan dat de Servische toetredingsonderhandelingen voor juni 2013 begonnen moeten zijn. De Europese lidstaten stemmen uiteindelijk in de Raad of en wanneer Servië mag toetreden tot de EU. Het Europees Parlement moet een besluit goedkeuren. Omdat bij toetreding van een nieuwe lidstaat de verdragen moeten worden aangepast, moet elke lidstaat afzonderlijk de toetreding goedkeuren. Elke lidstaat volgt hierin de eigen gangbare procedure. In Nederland beslist het parlement.

4.

Meer informatie

  • Contact
  • Home