Tussen april en december 2006 werd op initiatief van Roemenië onderhandeld over het instellen van een vrijhandelszone tussen Roemenië, Bulgarije en de Westelijke Balkanlanden. De 31 bestaande bilaterale handelsverdragen in de regio zouden hierdoor worden vervangen door één verdrag. Eurocommissaris Olli Rehn was enthousiast over het initiatief omdat economische samenwerking in de regio een basis en voorbereiding vormt voor het lidmaatschap van de Europese Unie. Dit vrijhandelsakkoord is in 2007 in werking getreden onder de naam CEFTA (Central European Free Trade Agreement). De vrijhandelszone bestaat uit Servië, Montenegro, Bosnië-Herzegovina, Albanië, Kroatië, Macedonië, Moldavië en de UNMIK namens Kosovo.

De vrijhandelszone moet ervoor zorgen dat de regio aantrekkelijker wordt voor buitenlandse investeerders. De zone moet daarnaast de economische groei van de regio stimuleren zodat de werkloosheid zal afnemen.

De oorspronkelijke CEFTA-overeenkomst werd in 1992 van kracht. De overeenkomst die in 2006 gesloten werd, is een herziening hiervan. De oorspronkelijke overeenkomst was een initiatief van Polen, Hongarije en het toenmalige Tsjecho-Slowakije. In de jaren erna werden Slovenië, Roemenië, Bulgarije, Kroatië en Macedonië lid. Wanneer een land dat onderdeel is van de vrijhandelszone lid wordt van de Europese Unie, verlaat het de CEFTA-overeenkomst. Hierover is een artikel opgenomen in de overeenkomst.

 
 
 
  • Contact
  • Home