Sarkozy en Merkel

Bron: euobserver.com

Betere coördinatie van de nationale economieën van de eurolanden moet leiden tot een sterkere gemeenschappelijke munt. Dat is de kern van het plan dat op 4 februari 2011 door de Duitse bondskanselier Merkel en de Franse president Sarkozy werd gepresenteerd. Zij vroegen de vaste voorzitter van de Europese Raad Van Rompuy om het plan samen met de Europese Commissie uit te werken en op de agenda te zetten van de Europese top van 24 en 25 maart 2011.

Op 28 februari hebben Commissievoorzitter Barroso en Van Rompuy een voorstel gepresenteerd dat in de wandelgangen de naam 'Concurrentiepact' kreeg. Dit vanwege het feit dat het voorstel er vooral op is gericht om de Europese economie concurrerender te maken.

Op de eurotop van 11 maart 2011 werd door de staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone het pact aangenomen, onder de aangepaste naam 'Europact'. Tijdens de bijeenkomst van regeringsleiders van 24 en 25 maart 2011 sloten ook de niet-eurolanden Denemarken, Polen, Letland, Litouwen, Bulgarije en Roemenië zich aan bij het pact. Hierop werd het plan omgedoopt tot het 'Euro Plus Pact'.

1.

Oorspronkelijke voorstellen

De plannen van Merkel en Sarkozy kwamen concreet op het volgende neer:

  • het afschaffen van automatische aanpassing van salarissen aan inflatie (indexering)
  • onderlinge erkenning van diploma's, zodat EU-burgers gemakkelijk in andere EU-landen kunnen werken
  • coördinatie van de hoogte van vennootschapsbelastingen tussen de EU-landen
  • een betere afstemming van de Europese pensioenstelsels op de veranderende samenstelling van de Europese bevolking (vergrijzing)
  • EU-landen verplicht stellen om bepalingen over een maximale hoogte van de staatsschuld in hun grondwet op te nemen
  • EU-landen verplichten om een 'financieel rampenplan' op te stellen, waarmee in problemen verkerende banken kunnen worden geholpen.

De Europese Commissie zou vervolgens streng moeten toezien op het nakomen van deze verplichtingen. Hiervoor zouden de volgende drie indicatoren gebruikt kunnen worden:

  • prijsconcurrentie (prijzen mogen niet kunstmatig laag gehouden worden, door bijvoorbeeld staatssteun)
  • stabiliteit van de overheidsfinanciën (bijv. een te groot begrotingstekort en/of -overschot moet worden voorkomen)
  • investeringen in onderzoek, ontwikkeling, onderwijs en infrastructuur (een bepaald minimum van de nationale begroting zou hieraan moeten worden besteed)

2.

Verdeeldheid over deze voorstellen

Door de 27 EU-lidstaten werd aanvankelijk verdeeld gereageerd op de voorstellen van Barroso en Van Rompuy. De verdeeldheid bleek in de aanloop naar de EU-top van 24 en 25 maart zelfs zo groot, dat er op 4 maart twee afzonderlijke vergaderingen hebben plaatsgevonden van twee groepen EU-landen.

In Helsinki (Finland) kwamen Europese centrumrechtse politici bijeen om over het voorstel van Barroso en Van Rompuy te praten. Aanwezig waren onder andere Merkel, Sarkozy, Kenny (Ierland) en Berlusconi (Italië). Hoewel duidelijk werd dat er in deze kring brede steun bestaat voor het versterken van het European Financial Stability Facility(EFSF), bleven concrete uitspraken over veel andere punten uit.

Tegelijkertijd vond in Athene een bijeenkomst plaats van Europese sociaaldemocratische politici. Onder de deelnemers bevonden zich premier Papandreou (Griekenland) en bondskanselier Fayman (Oostenrijk). De uitkomst van dit overleg is een alternatief voor het 'Concurrentiepact', namelijk het 'Groeipact'. De kern van dit alternatieve plan is het invoeren van een Europese belasting op financiële transacties. De opbrengst hiervan kan vervolgens worden geïnvesteerd in de ontwikkeling van 'groene' technologie en infrastructuur.

3.

Compromis

Omdat de voorstellen van Merkel en Sarkozy voor veel landen te ver gingen - landen zouden teveel zeggenschap verliezen ten opzichte van Brussel - is een compromis tot stand gekomen. Het Euro Plus Pact bestaat in zijn uiteindelijke vorm uit vier algemene doelstellingen:

  • het concurrentievermogen verbeteren
  • de werkgelegenheid stimuleren
  • verder bijdragen aan de houdbaarheid van de overheidsfinanciën
  • de financiële stabiliteit versterken

De deelnemende landen zijn de verplichting aangegaan om deze doelstellingen te halen, maar mogen zelf beslissen welke beleidsmaatregelen zij daarvoor treffen. Met regelmaat zal worden nagegaan welke landen onvoldoende vooruitgang laten zien op één of meer van deze doelstellingen. In gezamenlijk overleg zullen de deelnemende landen vervolgens bepalen in welk tijdsbestek de achterblijvers hun achterstand moeten hebben ingehaald.

4.

Stand van zaken

Op de eurotop van 11 maart 2011 is het Euro Plus Pact door de staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone aangenomen. Tijdens de bijeenkomst van regeringsleiders van eind maart 2011 sloten ook de niet-eurolanden Denemarken, Polen, Letland, Litouwen, Bulgarije en Roemenië zich aan bij het pact, dat vervolgens de naam 'Euro Plus Pact' heeft gekregen. Het pact wordt door middel van de open coördinatiemethode uitgevoerd, wat inhoudt dat elk land zelf mag bepalen welke beleidsmaatregelen genomen worden, zolang de binnen het pact vastgestelde doelen maar gehaald worden.

Tijdens de eurotop van 26 en 27 oktober 2011 werd bepaald dat alle lidstaten van de eurozone vóór eind 2012 de eisen uit het Stabiliteits- en Groeipact in hun nationale grondwet zouden opnemen. Dit betekent onder meer dat daarin werd vastgelegd dat het begrotingstekort van het land niet meer mocht bedragen dan 3% van het bbp. Ook werd op de eurotop besloten dat het concurrentievermogen nog verder verbeterd moest worden, zodat economische groei en werkgelegenheid zouden worden bevorderd. 

Op de Europese top van 8-9 december 2011 hebben alle eurolanden en de meeste niet-eurolanden afgesproken dat er een apart verdrag komt waar strengere regels over de overheidsfinanciën in worden vastgelegd. Lidstaten moeten een evenwichtige begroting voeren, en landen met buitensporige tekorten krijgen automatisch sancties opgelegd.

5.

Meer informatie

  • Contact
  • Home